De Japanse wijnbes is een plant waar je niet snel aan denkt als je (een) fruitstruik(en) voor in de tuin zoekt. Toch is ze een echte aanrader!
Ze ziet er mooi uit, is makkelijk te verzorgen en geeft in de zomer werkelijk heerlijke besjes. Wie er eenmaal van heeft geproefd, vraagt zich vaak af waarom de Japanse wijnbes niet veel bekender is.
Van oorsprong komt de Japanse wijnbes uit Japan, China en Korea. De plant behoort tot dezelfde familie als de framboos en de braam en dat zie je ook terug in de groei. Ze maakt lange, overhangende takken met kleine stekels en opvallende rode haartjes: een sierlijke verschijning in de tuin!
In het voorjaar verschijnen de kleine witte bloempjes die volop bezocht worden door bijen en hommels. Daarna ontstaan de vruchten. Eerst zitten die verborgen in een kleverig omhulsel, maar zodra ze rijp zijn, openen de kelkbladeren zich en komen de felrode besjes tevoorschijn. Dat is ieder jaar weer een leuk gezicht. De Japanse wijnbes heeft weinig last van plaagdieren; de besjes blijven daardoor meestal onaangedaan. Dat is bij o.a. frambozen wel anders.
De smaak is misschien wel het grootste pluspunt van de Japanse wijnbes. De bessen zijn zoet, sappig en hebben een fris zuurtje. Veel mensen vinden ze zelfs lekkerder dan frambozen. Je kunt ze natuurlijk meteen van de struik eten, maar ze doen het ook goed in desserts, yoghurt of een smoothie. Voor jam vind ik de Japanse wijnbes persoonlijk minder geschikt; ze verliest dan haar kenmerkende smaak en heeft relatief veel pitjes ten opzichte van vruchtvlees.
Omdat de vruchtjes erg zacht zijn, zie je ze niet in de supermarkt. Dat maakt ze juist zo bijzonder: je moet ze eigenlijk zelf kweken om ervan te kunnen genieten. Gelukkig is dat helemaal niet moeilijk! De Japanse wijnbes groeit het liefst op een zonnige of halfschaduwrijke plek in voedzame, goed doorlatende grond. Ze is goed winterhard en vraagt weinig onderhoud. Net als bij frambozen kun je de takken die vrucht hebben gedragen na de oogst wegknippen. De jonge scheuten nemen het daarna vanzelf over en zorgen voor de oogst van het volgende jaar.
De plant groeit behoorlijk enthousiast. De lange takken kunnen wel twee tot drie meter worden en zijn gemakkelijk langs een rek, schutting of draad te leiden. Zo blijft de struik netjes en kun je de bessen gemakkelijk plukken. Wel is het slim om de struik in toom te houden. De lange takken kunnen wortelen als ze de grond raken en vogels verspreiden soms de zaden. Met een jaarlijkse snoeibeurt hou je de plant echter prima onder controle en kun je jaar na jaar genieten van de bessen.
Maak jouw eigen website met JouwWeb